HET ZAL JE MAAR GEBEUREN

’ZE ZEIDEN DAT ZE ME KOTSBEU WAREN’

Tekst Pien Heuts Beeld De Beeldredaktie/Marcel van Hoorn

‘IK WERKTE DOOR MAAR VERGING VAN DE PIJN. ALTIJD’

Na jarenlang fysiek zwaar en repeterend werk bij een snackfabrikant moest Mario van der Vet de handdoek in de ring gooien. Hij viel uit met een chronische golfersarm en tenniselleboog. En dat was niet van het sporten. FNV Bureau Beroepsziekten regelde een letselschadevergoeding.

‘Het boek kan eindelijk dicht’, zegt Mario van der Vet (57). Ruim zeven jaar duurde de discussie tussen de snackproducent en de FNV over Van der Vets gezondheidsklachten. En vooral over de relatie met de werkzaamheden. Hij vertelt over de grote pakken vlees van zo’n twintig kilo die hij in een machine moest kieperen. En dat zo’n 500 keer per dag. En de zware zakken met ingrediënten voor kroketten, burgers, kipnuggets en vele andere snacks. ‘Het was de hele dag tillen, duwen en trekken. Omdat ik in 2003 veel last van mijn rug kreeg, mocht ik naar een andere afdeling.’ Maar ook in die productiehal is de fysieke arbeid belastend en repeterend. Hij moet er in hoog tempo verpakte worsten uitpakken. Ook het aftappen van ragout uit grote ketels op platen die daarna moeten worden gestapeld, behoort tot zijn taken. ‘De machines bepaalden het tempo, het was aanpoten’, zegt Van der Vet.

EERSTE TENNISARM

Na verloop van tijd krijgt Van der Vet last van zijn armen. In 2010 heeft hij zijn eerste tennisarm te pakken. De injecties die hij krijgt helpen tijdelijk. ‘Ik probeerde zo goed mogelijk door te werken, met pijnstillers en een brace. Maar ik verging van de pijn. Altijd. Ook ’s nachts.’

In september 2012 valt Van der Vet uit vanwege zijn elleboogklachten. Na een operatie en revalidatie pakt hij deels zijn werk weer op. ‘Maar al gauw kreeg ik weer veel pijn. De teamleider zei teleurgesteld in me te zijn. Ik voelde me bezwaard dat ik niet honderd procent functioneerde. De bedrijfsarts zei dat ze me kotsbeu waren met mijn beperkingen en dat ik maar buiten het bedrijf moest re-integreren. Ik was vijftig jaar en beperkt, wat moest ik? Ik wilde gewoon werken.’

ZEVEN JAAR DISCUSSIE

Begin 2014 wordt Van der Vet aan zijn andere elleboog geopereerd. Ook komt de WIA na twee jaar Ziektewet in zicht. ‘Volgens het UWV had het bedrijf voldoende re-integratiepogingen gedaan. Terwijl ik op plekken werd geplaatst, waarvan duidelijk was dat ik er zou sneuvelen. Het UWV keurde me voor 35 procent af en ik belandde in de WW. Toen heb ik contact opgenomen met FNV Bureau Beroepsziekten.’

‘We hebben ruim zeven jaar discussie gehad over het verband tussen het zware, repeterende productiewerk en zijn gezondheidsklachten’, vertelt Sabrina Bergraaf-Fernandez letselschadejurist FNV BBZ. ‘Nadat we in kaart hadden gebracht hoe belastend de werkzaamheden waren en of zijn gezondheidsklachten hierdoor konden zijn veroorzaakt, probeerde de verzekeraar van de tegenpartij dat te weerleggen. Er was veel getouwtrek, maar toch is het soms beter in gesprek te blijven dan de gang naar de rechter te maken. Uiteindelijk kon de schade dan ook worden geregeld.’

ZWARE PERIODE

Met de ellebogen van Van der Vet gaat het, als hij geen rare dingen doet, best goed. Maar op zijn mobylette uit 1967 rijdt hij liever niet meer. Sinds 2016 werkt hij als beveiliger. ‘Daar ben ik op mijn plek. Het maakt het rotgevoel dat ik na mijn vorige baan had, weer goed. Het was psychisch en financieel een zware periode. Dat doet wat met je.’

fnv.nl/bbz

‘DE MACHINES BEPAALDEN HET TEMPO, HET WAS AANPOTEN’

Deel deze pagina